Voordat wordt toegekomen aan ontbinding van de overeenkomst is vaak ingebrekestelling en verzuim van de wederpartij vereist. Hoewel ingebrekestelling nauw luistert, is ingebrekestelling niet altijd nodig. Denk aan de situatie waarbij nakoming blijvend onmogelijk is. In deze bijdrage leest u daar meer over.
Als het gaat om een huurovereenkomst, die voor beide partijen voortdurende verplichtingen inhoudt, dan kan een partij die is tekortgeschoten in de nakoming van een dergelijke verplichting, deze weliswaar in de toekomst nakomen, maar daarmee wordt de tekortkoming in het verleden niet ongedaan gemaakt. De rechtspraak meent dan ook dat wat deze tekortkoming betreft nakoming niet meer mogelijk is.
Volgens Rechtbank Noord-Holland, zie ECLI:NL:RBNHO:2022:1888, geldt hetzelfde met betrekking tot het tekortschieten in de nakoming van verplichtingen door de huurder om niet te doen (het niet veranderen van het gehuurde zonder schriftelijke toestemming). De Rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraak van de Hoge Swarz/Gnjatovic (HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925), en overweegt dat het voorgaande met zich mee brengt dat er sprake is van blijvende onmogelijkheid en dat ontbinding mogelijk is ook zonder dat sprake is van verzuim. Ingebrekestelling is volgens de rechtbank dan niet nodig.
Op grond van het voorgaande hoeft bij zelf aangebrachte voorzieningen (ZAV’s) dus niet altijd een ingebrekestelling te worden gestuurd, voordat tot ontbinding wordt overgegaan. Dit verweer kan vooral handig zijn als partijen al in een procedure verwikkeld zijn. In het ander geval verdient het vaak wel aanbeveling om een partij eerst wel in gebreke te stellen.
Meer weten, neem dan gerust contact met ons op.
Auteur: Carolin Vethanayagam, gepubliceerd op 12 december 2025

