In de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 28 juli 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:6294, stond de vraag centraal of een ondernemer annuleringskosten in rekening mag brengen bij een consument. De rechtbank oordeelde van niet. Wat was de situatie?
Op 1 juni 2018 is er een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen tussen partijen, op basis waarvan de ondernemer – hierna: Upstairs - de trap van de consument zou renoveren. In artikel 10 van de toepasselijke algemene voorwaarden van Upstairs is vermeld dat de consument de overeenkomst kan annuleren waarbij de consument een schadevergoeding van 30% van de overeengekomen prijs is verschuldigd.
Op 2 augustus 2018 heeft de consument de opdracht – buiten de herroepingsstermijn van 14 dagen – per email geannuleerd. Upstairs heeft de annulering op 21 augustus 2019 schriftelijk bevestigd en de consument verzocht de annuleringskosten ad. € 1.282,50 te betalen. De consument hieraan geen gehoor gegeven, waarop Upstairs een gerechtelijke procedure is gestart, waarin betaling van voormeld bedrag wordt gevorderd.
De
rechtbank
De
rechtbank overweegt dat hij ambtshalve moet toetsen of het annuleringsbeding
waar Upstairs een beroep op doet onredelijk of onredelijk bezwarend is. Volgens
de rechtbank valt het annuleringsbeding onder artikel 6:237 aanhef en onder i
BW, zodat dit betekent dat het annuleringsbeding vermoed wordt onredelijk bezwarend
te zijn. Upstairs dient daarom te stellen en zo nodig te bewijzen dat de
vergoeding die volgens het annuleringsbeding is verschuldigd, een redelijke vergoeding
is voor het verlies dat Upstairs lijdt of de winst die zij derft door het
annuleren van de overeenkomst. Upstairs stelt dat de vergoeding ziet op
werkzaamheden bestaande uit het meten van de trap, het inplannen van haar werknemers
en het plaatsen van de order. Tijdens de zitting heeft Ipstairs tevens gesteld
dat de trap trede voor trede is ingemeten, dat de maten zijn doorgegeven aan de
planning en zijn ingevoerd in de systemen en dat de bestelling in de planning is
opgenomen. Aan de consument zou voorts een montagebericht zijn gezonden dat de
plaatsing op 4 december 2019 zou plaatsvinden. De rechtbank overweegt dat
Upstairs onvoldoende concreet heeft onderbouwd dat zij daadwerkelijk de schade
heeft geleden die zij stelt. De werkzaamheden die Upstarts heeft verricht in
verband met het opmaken van de offerte krijgt zij volgens de rechtbank niet
vergoed als klanten binnen de herroepingstermijn annuleren. Nu de annulering op
2 augustus 2018 heeft plaatsgevonden en de levering van de trap pas op 4
december 2018 zou plaatsvinden, oordeelt de rechtbank dat dit geruime tijd na
annulering van de order is. Ook overweegt de rechtbank dat niet vaststaat of de
order ook daadwerkelijk bij de fabriek is geplaatst en dat door Upstairs niet
is aangevoerd dat eventueel gereserveerde onderdelen of trapelementen niet aan
anderen geleverd kunnen worden. De rechtbank oordeelt dan ook dat Upstairs het
wettelijk vermoeden dat het annuleringsbeding onredelijk bezwarend is niet heeft
weerlegd, zodat de rechter het annuleringsbeding ambtshalve buiten toepassing
laat. De vordering van Upstairs wordt daarom afgewezen.
Conclusie
Bij consumentenovereenkomst zijn annuleringsbedingen zeer discutabel en komt het regelmatig voor dat dergelijke bedingen het niet redden in rechte. Het Dexia-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie komt de consumenten hierin nog meer tegemoet. Het Dexia-arrest biedt namelijk geen ruimte voor aanvullende werking van de wettelijke regeling voor de overeenkomst van opdracht, zodat bij een annuleringsbeding dat niet rechtsgeldig er geen aansluiting mag worden gezocht bij een bestaande rechtsgeldige wettelijke regeling. Het is daarom zaak om kritisch te kijken naar de algemene voorwaarden binnen het bedrijf en goed na te gaan welke bedingen wel en niet rechtsgeldig zijn. Doet u dat niet, dan kunt u onder omstandigheden volledig achter het net vissen. Overigens lijkt de rechtbank in deze uitspraak geen rekening te hebben gehouden met het Dexia-arrest. Voor de uitkomst maakt dit niet zo veel uit.
Auteur: Carolin Vethanayagam, gepubliceerd op 21 september 2021