Huurovereenkomst winkel- of horecaruimte van tijdelijke aard (7:290 BW)

De huurder van een 290-bedrijfsruimte (ook wel: middenstandsbedrijfsruimte) geniet vergaande huurbescherming. Deze huurder doet namelijk vaak investeringen in het pand die terugverdiend moeten worden. Ook is de huurder voor zijn inkomen vaak afhankelijk van de exploitatie van het pand. De wet maakt wel een uitzondering op de huurbeschermingsregels, waardoor een aantal beschermende bepalingen niet van…

Ingebrekestelling niet altijd noodzakelijk bij zelf aangebrachte voorzieningen (ZAV’s)

Voordat wordt toegekomen aan ontbinding van de overeenkomst is vaak ingebrekestelling en verzuim van de wederpartij vereist. Hoewel ingebrekestelling nauw luistert, is ingebrekestelling niet altijd nodig. Denk aan de situatie waarbij nakoming blijvend onmogelijk is. In deze bijdrage leest u daar meer over. Als het gaat om een huurovereenkomst, die voor beide partijen voortdurende verplichtingen…

Oneerlijke bedingen buiten toepassing gesteld

Sinds het Dexia-arrest van het Hof van Justitie dat gewezen is op 27 januari 2021 (ECLI:EU:C:2021:68) leiden oneerlijke bedingen in algemene voorwaarden ertoe dat de gebruiker van de algemene voorwaarden niet meer terugvalt op de wettelijke bepalingen, als hij daarvan in het nadeel van de consument is afgeweken in de algemene voorwaarden. De rechtspraak is dit…

Indexering van de huurprijs bedrijfsruimte met terugwerkende kracht

Uit de uitspraak van Hof Amsterdam 14 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:836, blijkt dat indexering van de huurprijs met terugwerkende kracht mogelijk is bij huur van een bedrijfsruimte waarbij gebruik gemaakt is van (de ROZ-model) huurovereenkomst, waarin is voorzien in automatische jaarlijkse indexering van de huurprijs. Volgens het Hof heeft de huurder – door deze bepaling te…